INHOUD

Publiek Privaat Samenwerken

Intensieve publiek-private samenwerking is cruciaal voor het slagen van het Techniekpact, bedrijfsleven en onderwijs moeten elkaar blijven opzoeken: ‘de drempels moeten weg’.

c
VERDER
LEZEN

Publiek-private samenwerking is essentieel voor het behalen van de doelstellingen uit het Techniekpact. De maatschappelijk opgaven waar het pact zich op richt, vragen bij uitstek om de gezamenlijke inzet van overheid, onderwijs en bedrijfsleven. In dit hoofdstuk zoomen we in op hoe ‘het bedrijfsleven’ en ‘het onderwijs’ de samenwerking beleven. Gerben Edelijn, CEO bij Thales Nederland en Tjeu van de Laar, directeur bij ROC Gilde Opleidingen, doen het woord.

Gerben Edelijn — Fotografie: Liesbeth Dinissen

‘Ik begon als CEO van Thales in 2010’, opent Gerben Edelijn. ‘Mij viel bij mijn aantreden op dat het werknemersbestand relatief oud was en verder verouderde, terwijl onze business juist in de groei zat. Ik kwam al vrij snel tot de conclusie dat we te weinig opleiden en dat ben ik ook in de regio gaan uitdragen. Vanaf 2011 hebben we in de Regio Twente actief ingezet hierop. Toen in 2013 het Techniekpact startte, sloot dat naadloos aan: we maakten een vliegende start. We hoefden niet alles (opnieuw) op te tuigen, maar hebben vooral gebruikgemaakt van de bestaande structuur. Eerst inventariseerden we wat er al was. In de regio Twente − inclusief een deel van de Achterhoek − telden we 150 verschillende initiatieven. Er was dus geen gebrek aan initiatieven, maar het ontbrak wel aan coördinatie en aan selectie.’

Tjeu van de Laar — Fotografie: Liesbeth Dinissen

Verbinden

Hoe zat dit in Limburg? Tjeu van de Laar: ‘Vanuit het onderwijs in de regio Noord/Midden-Limburg zijn wij begonnen met investeren in doorlopende leerlijnen, de doorstroming vanuit vmbo naar mbo en hbo. Van daaruit legden we de link naar het bedrijfsleven. Ik ben zelf gestart met de arbeidsmarktvraag en ging op zoek naar cross-overs tussen de sectoren op die arbeidsmarkt; welke sectoren hebben veel verwantschap met elkaar? In onze regio is logistiek sterk, Venlo is een logistieke hotspot. Daarom begonnen we in 2013 met het Centrum voor Logistiek Vakmanschap. Dat was vrijwel direct succesvol, veel bedrijven sloten zich aan. En doordat we keken naar cross-overs kwamen we met vergelijkbare centra voor de installatiebranche, de bouw en infra en de maakindustrie. Die centra bestaan nog alle vier, en het aantal bedrijven dat meedoet is verder gegroeid. Ze zijn alle vier anders georganiseerd, maar de basis is telkens hetzelfde: het verbinden van onderwijs-arbeidsmarkt in een hybride model.’

‘De aard van ons werk verandert steeds verder door digitalisering en robotisering, maar ook deze crisis zal ongetwijfeld invloed hebben. We moeten ons blijven aanpassen en richten op sectoren waar de banen zitten. Grote bedrijven moeten daarbij een voortrekkersrol innemen.’
— Gerben Edelijn

Hoger onderwijs

Hoe ziet Gerben Edelijn - als CEO van Thales, een groot bedrijf actief in 50 landen - de samenwerking met het onderwijs? In onze regio lag de focus in het begin vooral op het verhogen van de hbo/wo-instroom op techniekopleidingen, die instroom was onvoldoende. Inmiddels is de instroom in het hbo en wo fors verhoogd in onze regio. Maar liefst 48% van de havo- en 65% van de vwo-leerlingen kiest voor een technisch profiel en ruim 40% van de leerlingen kiest daadwerkelijk voor een technische vervolgopleiding. Die percentages liggen hier veel hoger dan in de rest van het land. We hebben in Twente ook veel technische bedrijven en de aanwezigheid van een TU helpt ook. Maar toen we begonnen in 2011 waren die percentages echt anders.’

Vertrouwen op hybride samenwerking

Wat ziet Tjeu van de Laar als successen in de publiek-private samenwerking in zijn regio? ‘Het belangrijkste, we kennen elkaar. We zijn naar elkaar toegegroeid en hebben geleerd wat elkaars waarde is. Dat geldt voor alle partners; onderwijs en bedrijven kennen elkaar beter. Door vraagstukken openlijk te bespreken ontstaat het vertrouwen dat nodig is en ontstaat bovendien de herkenning: veel bedrijven zien dezelfde kansen en kampen met gelijke uitdagingen. Uit dit vertrouwen zijn uiteindelijk al die vormen van hybride samenwerking ontstaan waar we nu de vruchten van plukken. Dit hybride model is wat mij betreft de toekomst van het beroepsonderwijs. De drempels tussen onderwijs en bedrijfsleven moeten weg. Dat doen wij bijvoorbeeld door onze studenten opdrachten te laten uitvoeren voor bedrijven. Onze studenten voeren die opdrachten binnen het bedrijf uit, begeleidt door professionals. Studenten zijn hier heel enthousiast over. Ze maken iets van waarde en kunnen dat laten zien, dat motiveert. Sommige docenten moeten wennen aan die werkwijze, maar je hebt altijd enthousiaste ambassadeurs. Die kartrekkers moet je goed ondersteunen met tijd, mogelijkheden en middelen. En de successen moet je laten zien, zo is de meerwaarde duidelijk en ontstaat een olievlek.’

‘Door vraagstukken openlijk te bespreken ontstaatvertrouwen. En vandaaruit al die vormen van hybride samenwerking. Dit hybridemodel is wat mij betreft de toekomst van het beroepsonderwijs.’
— Tjeu van de Laar

FlExibiliteit

Dat klinkt als een succesverhaal en dat is het ook. Maar uitdagingen zijn er ook nog steeds signaleert Tjeu van de Laar. ‘Dan moet je denken aan het logistieke vraagstuk; hoe organiseer je dat? Dat vereist een hoog organisatievermogen en veel afstemming, je moet in staat zijn om samen een regionale visie te ontwikkelen. Uitdagingen zitten ook binnen het onderwijs zelf. Bij concurrentie denken we vaak aan bedrijven, maar onderwijsinstellingen zijn ook concurrenten van elkaar; iedereen vecht om de leerling. In het onderwijs zitten we bovendien vaak vast. We denken dat studenten het diploma maar op één manier kunnen behalen, dat is onzin. Ja, er is een exameneis, maar daar kan een student in een andere context en met andere content ook aan voldoen. Het bedrijfsleven is flexibeler, het onderwijs is vaak behoudend. Dat zien we ook bij leven lang ontwikkelen. Daarom maken wij opleidingen en nascholing voor professionals bewust kort en heel sterk praktijkgericht om aan te sluiten op de wensen van bedrijven, zo’n cursus kan dus ook op een zaterdagochtend plaatsvinden. Die flexibiliteit is belangrijk.’

Uitdaging

Welke uitdagingen ziet Gerben Edelijn bij de samenwerking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs? ‘In het hoger onderwijs hebben we alles aardig op de rol, maar bij het mbo is het lastiger. Bij mijn eigen bedrijf neemt het aantal mbo’ers steeds verder af. Maar in het mkb, bij onze toeleveranciers, is die vraag onverminderd groot. Daarom focussen we daar in Twente nu ook meer op. Het achterblijven van de in- en uitstroom van technici in het mbo komt deels ook door de manier waarop mbo gefinancierd is. Scholen namen afscheid van techniekopleidingen, omdat ze duur zijn. Dat betekent voor mij dat er een extra grote verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven ligt, bijvoorbeeld om apparatuur te delen. Een andere grote uitdaging is en blijft de instroom van meisjes. Daar denken we voortdurend over na en zetten we veel acties op, maar de instroom blijft achter bij de doelstellingen. Op het vwo zijn er meer meisjes dan jongens die technische profielen kiezen, terwijl op de TU minder dan 10% van de studenten vrouw is. Het lukt onvoldoende om dat te veranderen. En dat vind ik ontzettend jammer, want diversiteit is heel belangrijk voor het bedrijfsleven. Een derde uitdaging is de krimp van het aantal leerlingen, die uitdaging krijgt te weinig aandacht volgens mij. Over 5-10 jaar krijgen we daar echt last van.’

Coronacrisis

Aan het rijtje uitdagingen kan sinds maart 2020 een nieuwe worden toegevoegd: de coronacrisis. Volgens Edelijn zal de impact daarvan groot zijn. ‘De aard van ons werk verandert sowieso steeds verder door digitalisering en robotisering, maar ook deze crisis zal ongetwijfeld invloed hebben. We moeten ons blijven aanpassen en richten op sectoren waar de banen zitten. Dat betekent op de goede manier inzetten op digitalisering en robotisering, juist ook vanwege die krimp die ik al noemde. Grote bedrijven moeten een voortrekkersrol innemen. Zij hebben meer financiële armslag.’ Maar Edelijn kijkt ook nadrukkelijk naar de overheid. ‘Het is belangrijk dat de overheid investeert en blijft investeren. De overheid moet een leidende rol spelen om te voorkomen dat de crisis onnodig verdiept.’

Publiek-private samenwerkingsverbanden beroepsonderwijs

Er zijn inmiddels 250 publiek-private samenwerkingen (PPS) vanuit het beroepsonderwijs. Het merendeel komt voort uit het Regionaal investeringsfonds voor het mbo en de Centres of Expertise. Daarnaast is in 2019 een inventarisatie gedaan op publiek-private samenwerkingsverbanden vanuit de branches. Vanuit Katapult zijn alle samenwerkingen op een digitale kaart in beeld gebracht qua regio, aantal partners en doelstellingen. Een recente impactmeting laat zien dan er 9.800 bedrijven betrokken zijn bij het onderwijs via deze samenwerkingen. Dit is een flinke groei ten opzichte van de meting in 2017, toen waren er 6.200 bedrijven betrokken. In 2019 bereiken de PPS’en in het mbo en hbo gezamenlijk zo’n 84.000 studenten en 5.000 docenten.

Regionaal Investeringsfonds mbo

Voor aantrekkelijk en eigentijds mbo-onderwijs is samenwerking met het bedrijfsleven essentieel. In 2014 riep het kabinet het Regionaal investeringsfonds voor het mbo (RIF) in het leven om deze samenwerking te stimuleren. Er kwam voor een periode van 4 jaar in totaal 100 miljoen euro subsidie beschikbaar voor duurzame publiek-private samenwerking (PPS) in het beroepsonderwijs. De vereiste cofinanciering kwam vanuit de regionale overheden en het bedrijfsleven. De resultaten waren boven verwachting. Voor de periode 2019-2022 wordt de regeling daarom gecontinueerd. Voor deze periode is nogmaals 100 miljoen beschikbaar gesteld.

Aanvullend:

Jet-Net & TechNet

Jet-Net & TechNet is een netwerk van honderden bedrijven en scholen met als doel om jongeren een reëel en positief beeld te geven van technische beroepen. Zowel landelijk als regionaal brengt Jet-Net & TechNet leerlingen en docenten (primair en voortgezet onderwijs) in contact met allerlei facetten uit het bedrijfsleven om hen te laten ervaren hoe inspirerend, uitdagend en fascinerend een baan in de techniek, technologie en ICT kan zijn. ‍In 2019 waren 2.614 bedrijven aangesloten bij Jet-Net & TechNet en 390 schoolvestigingen in het voortgezet onderwijs. Enkele activiteiten die georganiseerd worden zijn de Career Days, Meet the Boss en Gastlessen, zo geregeld.‍Voor decanen, mentoren en docenten in het voortgezet onderwijs blijven de inzichten uit het Bèta&TechMentality-model en de 7 werelden van techniek een waardevolle bron van inspiratie voor hun lessen in LOB, techniek of technologie. In totaal werden in 2019 39 workshops / presentaties verzorgd en volgden ruim 19.000 mensen de online updates voor het voortgezet onderwijs.

N-Profiel

Het aandeel leerlingen op de havo en het vwo dat kiest voor de profielen Natuur en Gezondheid en/of Natuur en Techniek (N-profiel) is na een stabiele periode nu licht afgenomen. Op de havo is het aandeel in 2019/20 40%; het aandeel op het vwo is met 60% nog steeds beduidend hoger.

Aandeel vrouwen

Van alle personen die in 2019 werkzaam waren in een technisch beroep, is 14% vrouw. Onder hoogopgeleiden die werken in de techniek is het aandeel vrouwen hoger (20%) dan onder middelbaar (9%) en lager opgeleiden (13%).

Leerlingen bètatechniek vmbo

Binnen de basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb) is het aantal leerlingen dat in het derde leerjaar kiest voor een bètatechnische richting afgenomen van 7.152 in 2009/10 naar 4.001 in 2019/20. Deze afname komt door een combinatie van terugloop van het totaal aantal leerlingen in vmbo-bb en door de afname van het aantal leerlingen dat kiest voor de bètatechniek. Deze daling heeft met name te maken met opwaartse druk: leerlingen kiezen vaker voor een hoger onderwijsniveau.

Inzet vanuit Techniekpact

Vanuit het Techniekpact en het programma Toptechniek in Bedrijf is gedurende 7 jaar veel aandacht besteed aan de samenwerking tussen vmbo, mbo en bedrijfsleven. Zo is er in aanloop naar de subsidieregeling Sterk Techniekonderwijs in elke provincie een grote voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd om het belang van het technisch vmbo en samenwerking te benadrukken.

Sterk Techniekonderwijs

Vanaf september 2018 wordt er vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemiddeld €100 miljoen per jaar extra geïnvesteerd in techniekonderwijs op het vmbo. De doelstelling: werken aan een duurzaam, landelijk dekkend en kwalitatief sterk technisch onderwijs. In 2018 en 2019 was er voor alle technische vmbo-scholen geld om te investeren in bijvoorbeeld machines, materialen en mensen. Van 2020 – 2023 worden de middelen ingezet voor de uitvoering van regionale plannen. Plannen die worden uitgevoerd door publiek-private samenwerkingsverbanden. Inmiddels hebben 78 regio’s een plan ingediend. In totaal zijn er nu 694 schoolvestigingen in het voortgezet onderwijs en 51 mbo-instellingen betrokken bij Sterk Techniekonderwijs (STO) en is er een landelijke dekking.

Blijf op de hoogte

Aanmelden voor onze nieuwsbrief