INHOUD

INHOUD

Door te reflecteren, te informeren en te inspireren, willen wij in deze publicatie een bijdrage leveren aan het gesprek over de toekomst van het Techniekpact. En, nog mooier zou het zelfs zijn wanneer het al leidt tot nieuwe acties. Thea Koster vertelt hoe zij, als voorzitter van het Techniekpact, de doorontwikkeling ziet.

We zoomen in op de vier thema’s van het Techniekpact (instroom, publiek privaat samenwerken in het onderwijs, hybride docenten & docentprofessionalisering en leven lang ontwikkelen). Bij elk thema laten wij stakeholders aan het woord, beschrijven de gezette stappen, tonen resultaten en laten casussen zien. Bron van al het cijfermateriaal in deze publicatie is de Monitor Techniekpact. De meest opvallende trends lichten wij er nog even apart voor u uit.

c
VERDER
LEZEN

De toekomst van het Techniekpact

Een belangrijk winstpunt van het Techniekpact is dat publieke-private samenwerking in de verschillende regio’s beter dan ooit verloopt. Maar nog meer focus, leidt tot nog beter resultaat.

Op 20 mei 2019 is Thea Koster tijdens de Jaarconferentie Techniekpact geïntroduceerd als nieuwe voorzitter van de Landelijke Regiegroep Techniekpact. Nu een jaar verder spreken we met haar over haar ervaringen tot nu toe en over haar advies voor de toekomst van het Techniekpact.

Thea Koster— Fotografie: Liesbeth Dinissen

In het dagelijks leven is Thea Koster, lid van het College van Bestuur van het Deltion College in Zwolle. Het voorzitterschap van het Techniekpact doet zij erbij. ‘Ik ben begonnen met een uitgebreide kennismakingsronde. Daarin heb ik de partners en hun initiatieven leren kennen. Wat echt opviel, is dat overheid, onderwijs en bedrijven elkaar regionaal heel goed weten te vinden -beter dan voorheen ook- en samen heel veel doen. Er wordt een legio aan initiatieven ontplooit en er is veel enthousiasme. Uit alle regio’s kwamen succesvolle voorbeelden van geslaagde samenwerking. Heel inspirerend! Maar, die veelheid aan regionale initiatieven heeft ook een keerzijde. Er is minder focus en het gevaar bestaat dat regio’s telkens hetzelfde wiel uitvinden. Dit is ook iets waar het Rijk mee worstelt. Bewindspersonen, (top)ambtenaren; allemaal vertelden zij gecharmeerd te zijn van de Techniekpact-agenda, een echte doe-agenda, maar dat ze het lastig vonden om te benoemen waar nu de focus van het Techniekpact moet komen te liggen.’

‘Het aanbrengen van meer focus, dat is het eerste waar ik mij dan ook op ben gaan richten. Maar, dan zonder daarmee de kracht van die geslaagde regionale organisatie te verliezen. Met dat in gedachten ben ik gesprekken gaan voeren met de regionale en landelijke partners van het Techniekpact. En heb vooral heel veel vragen gesteld. Wat zijn de successen? Wat zijn knelpunten? Waar lopen jullie tegen aan? Waar zou volgens jullie de focus van het pact moeten liggen? De regionale publiek-private samenwerking werd door iedereen benoemd als essentieel, een randvoorwaarde. En dat geldt dan zowel voor het onderwijs als voor het thema leven lang ontwikkelen. Tegelijkertijd kreeg ik ook hier terug: de wens naar meer focus. Zowel voor al die terreinen waarop wordt samengewerkt als op de agenda van het Rijk. Dit en een aantal andere onderwerpen die steeds terugkwamen in de gesprekken heb ik verwerkt in mijn advies. En dan in de lijn met de vier Techniekpactthema’s: instroom, aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, hybride docenten/docentprofessionalisering en leven lang ontwikkelen.’

‘Als het gaat om de kwaliteit van vakmensen hebben alle stakeholders een gezamenlijke verantwoordelijkheid’
— Thea Koster

Instroom

Op een aantal onderdelen zijn korte klappen mogelijk, aldus Koster. Maar voor een paar andere punten juist weer de lange adem. ‘Als ik kijk naar de instroom in techniek denk ik dat we niet ontkomen aan fundamentele veranderingen in het onderwijs. Technologische en digitale vaardigheden moeten gewoon in elk curriculum zitten in het primair en voortgezet onderwijs. We zijn al jaren bezig met discussiëren over de herziening van het curriculum. Stop daar nu eens mee en ga aan de slag! Ga implementeren en maak hier middelen voor vrij. Ook de opwaartse druk blijft een hardnekkig fenomeen. Dat de maatschappij en economie draait op mensen met een beroepsopleiding, daar is het bewijs de afgelopen maanden nu toch wel voor geleverd, mag ik denken.’ Een ander punt dat Thea Koster aansnijdt is de extra aandacht die nodig is voor meisjes en jongeren met een niet-westerse achtergrond. ‘Bij het verhogen van de instroom gaat het om twee dingen: het benaderen van bestaande doelgroepen op jonge leeftijd en het blijven benaderen en activeren van doelgroepen die nu minder kiezen voor een technische opleiding, maar die absoluut de talenten hiervoor hebben. Vooral op dat laatste is nog steeds veel te winnen. Laten we de durf hebben om hier nu gewoon eens kwantitatieve doelstellingen voor af te spreken.’

Onderwijs-arbeidsmarkt

Als de tweede rode draad in haar advies noemt Koster het verder verbeteren van de relatie tussen onderwijs en arbeidsmarkt. ‘Beroepen veranderen snel door alle technologische innovaties en uitdagingen. Neem bijvoorbeeld de energietransitie, dat zorgt voor beroepen waar nu nog geen opleiding voor is. De afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt is nu, als gevolg van het coronavirus, actueler dan ooit. Even een voorbeeld wat dit betekent voor Deltion. Daar hebben wij een opleiding podiumtechiek. De vraag naar mensen met zo’n diploma gaat in ieder geval tijdelijk een stuk minder worden. We weten uit eigen ervaring  dat juist deze studenten ook interesse hebben en goed zijn in elektronica en ICT. Daarom zijn we nu aan het kijken of  we aan deze groep een crossover met deze opleidingen kunnen aanbieden. Zodat ze daarmee een betere kans hebben op de arbeidsmarkt. Mijn advies is dat we dit veel meer moeten doen. Stel voor elke niet technische studie ook een verplicht onderdeel digitalisering/ technologie in. Heus, er is altijd wel een relevante link te bedenken. Maar dit betekent wel dat de dynamiek van de arbeidsmarkt intensief gevolgd moet worden. Dat is niet een taak voor erbij, daar moet extra inzet op komen.’

Hybride docenten

‘Het derde onderdeel van mijn advies gaat over hybride docenten. ‘Ook daar zijn slagen gemaakt’, aldus Koster. ‘Maar’, zegt zij, ‘ik vind echt dat er meer nodig is. Het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven moeten het hybride docentschap onderdeel maken van hun HR-beleid. Gezien alle dynamiek op de arbeidsmarkt moet ons onderwijs in de toekomst geheel hybride met het bedrijfsleven worden vormgegeven. De hybride docenten zijn daarbij essentieel. Dit omdat zij zowel in een bedrijf werken als voor de klas staan. Er moet daarbij oog zijn voor maatwerk, ook als het gaat om de bevoegdheden. Pedagogisch-didactische vaardigheden zijn belangrijk, je kunt niet zonder in het onderwijs. Maar het behalen van een PDG is voor veel mensen uit de beroepspraktijk een te hoge drempel. Daar moet je flexibeler naar willen kijken’

Leven lang ontwikkelen

Het onderwerp dat prominent terugkomt in het advies van Thea Koster is “leven lang ontwikkelen”. ‘Ook hier is denk ik een systeemverandering nodig. We moeten anders naar dit onderwerp kijken, leven lang ontwikkelen moet een vast onderdeel worden in de carrières van mensen. Dit is te realiseren, bijvoorbeeld in de vorm van individuele loopbaanbudgetten en regionale regie. Het Techniekpact heeft hier al het voortouw in genomen als het gaat om de regionale regie. Nu het individuele loopbaanbudget nog. Maar dat gaat er komen middels het landelijke STAP-budget. Nu is het nog zaak om landelijke actie en regionale regie te bundelen. Anders blijft de versnippering te groot en schieten we het doel, mensen optimaal gebruik te laten van het loopbaanbudget en kansrijk te laten en blijven scholen, voorbij. ‘

‘Laten we gewoon de durf hebben om kwantitatieve doelstellingen af te spreken over de instroom van meisjes en jongeren met een niet-westerse achtergrond’.
— Thea Koster

Succes meten

Koster hecht grote waarde aan de meetbaarheid van alle inspanningen die de partners van het Techniekpact leveren. ‘Dat is niet altijd eenvoudig. Resultaten van inspanningen in het po of vo die je nu doet, zie je soms pas 10 jaar later terug. Maar we moeten steeds bewust zijn waar we het voor doen, en benoemen en vastleggen welk resultaat we wanneer willen behalen. Ook dat zorgt voor focus: van initiatieven die niet het gewenste resultaat hebben, daar moeten we afscheid van nemen. Los van onze eigen evaluatie wordt er in opdracht van het Rijk nu ook afzonderlijk onderzoek gedaan. Dit zal vast ook een advies opleveren met welke activiteiten we door moeten gaan en van welke wij afscheid moeten nemen.’

Follow-up

Hoe gaat het verder? ‘Mijn advies leg ik neer bij alle stakeholders in de regio’s en het land, maar het gaat ook naar de betrokken ministeries én naar de politieke partijen die nu hun verkiezingsprogramma’s schrijven voor de verkiezingen van maart volgend jaar. Uiteindelijk gaat het advies ook naar het nieuwe kabinet. Want, zoals ik al zei, er zijn knelpunten in het systeem waar de landelijke politiek naar moet kijken. Of het nu gaat om aanpassingen in het curriculum, individuele loopbaanbudgetten of doelstellingen met heldere kwantitatieve indicatoren; die zijn allemaal onderdeel van de follow-up.’ Tuurlijk, dit soort systeemveranderingen is iets voor de (middel)lange termijn’, zegt Koster. ‘Maar niemand hoeft in de tussentijd op zijn handen te zitten. Alle stakeholders hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van vakmensen. En als we denken in mogelijkheden komen we zeker verder!’

Lees het advies
Volgende

Blijf op de hoogte

Aanmelden voor onze nieuwsbrief